Leenderstrijp

de School

De bevolking van Leenderstrijp wilde rond 1860 een eigen school, net als andere afgelegen plaatsen zoals Zesgehuchten. Maar de gemeente en ook de pastoor waren van mening dat de strijper jeugd net zo goed naar de nonnenschool van Leende kon gaan. Zodoende werd de zaak voorgelegd aan een schoolopziener. Die vond een hulpschool op Strijp wenselijk.
In 1868 werd het pand Strijperstraat 49 aangekocht en de sollicitatieprocedure gestart. Leerlingen waren er genoeg, in 1874 wel 40, maar met de onderwijzers was er telkens iets mis. De eerste drie bleven om duistere redenen ieder maar een jaar of twee totdat, in 1876, meester Gijsberts kwam. Hij kreeg ruzie met de gemeente over het gebruik van een schuur en werd gepest door de bevolking. Ouders haalden hun kinderen van school en stuurden ze weer naar de zusters in Leende. In 1889 waren er nog maar 3 leerlingen over (waarschijnlijk zijn eigen kinderen). Toen hij in 1895 overleed besloot de gemeenteraad dan ook snel om de school op te heffen. Men was het gedonder zat en de hulpschool was eigenlijk altijd al een doorn geweest in het oog van kerk en gemeente.
Daarmee waren de rapen gaar. Strijp suggereerde dat de zusters geen goed onderwijs gaven en stuurde een brief in die strekking naar de koningin. Dat was tegen het zere been van de gemeente. Na een tweede brief aan de koningin kwam antwoord van de minister dat hij geen aanleiding zag om het opheffingsbesluit te vernietigen. De gebouwen werden dus verkocht en omgebouwd tot boterfabriek.
Na jaren gehakketak was Strijp in 1915 de situatie beu en besloot om het zelf te gaan doen. De "Vereniging tot stichting en instandhouding eener R.K. Bijzondere Lagere School" werd opgericht. Elk gezin moest 200 gulden borg staan om de hypotheek te kunnen betalen, wethouder Bax bracht zelfs zijn kruidenierswinkeltje in.
November 1916 werden school en onderwijzerswoning feestelijk in gebruik genomen. De nukkige pastoor moest de inzegening wel uitvoeren, maar hij liet zijn tegenzin duidelijk blijken. De Stijpenaren konden hun ogen niet geloven toen hij aan kwam zetten met een groen uitgeslagen wijwaterbak en een sleetse kwast. Decennialang hebben daar spotgedichtjes over gecirculeerd.
In 1920 werd het schoolgebouw overgenomen door de gemeente. In 1968 voldeed het ineens niet meer aan de eisen en werd nieuwbouw aan de overkant gepleegd. In 1977 is het schoolgebouw afgebroken, de meesterswoning is gelukkig blijven staan. Ook de boterfabriek moest er toen aan geloven. Er werd nieuwbouw gepleegd met als eis dat die goed moest lijken op de fabriek. Dat is interessant: ga kijken en zoek de overeenkomsten!
Anno 2009 heeft basisschool St Jan ruim 90 leerlingen, waarvan een flink aantal uit Leende.

Versleten boel

Het bestaande gebouw is bij lange na niet versleten, maar klaarblijkelijk moest er wat gebeuren: aanpassen of nieuw bouwen.
Nieuwbouw is zomaar 1 miljoen euro duurder en de argumenten daarvoor bevatten modieuze bijvoeglijke naamwoorden zoals breed, multifunctioneel, duurzaam, etcetera. Ook wordt er gerefereerd aan rapporten die op twijfelachtige wijze tot stand zijn gekomen, een raadslid verkondigt leugens over de staat van onderhoud, de financiele onderbouwing deugt niet.
Alle raadsleden hebben een uitvoerige uiteenzetting gekregen met alle voor- en tegenpunten, maar toch heeft de raad eind 2010 besloten om tot nieuwbouw over te gaan met alleen D66 tegen. Een beslissing die getuigt van een ongelooflijke wijsheid. In Leende kennen we geen crisis. En ach, het is tenslotte ook maar gemeenschapsgeld.

Nieuwbouw dus

De realisatie wordt uitbesteed aan een extern bureautje dat op haar beurt hun vaste architekt inhuurt. Iemand roept dat het gebouw moet aansluiten bij de bestaande bebouwing, een ander vindt dat er een schuin dak op moet, een slimmerik wil het ding op de bestaande speelplaats neer zetten zodat je geen tijdelijk onderkomen nodig hebt. En het bureautje bluft dat welstand het er al mee eens is.
De architect legt begin 2011 zijn schetsplan op tafel. Wat een verrassing, het wordt een gedrocht!!!
Niks geen architecturale verbinding met de gymzaal die er aan vast zit, evenmin met welk pand dan ook in Leenderstrijp. Jawel, in het buitengebied staan schuren die hier iets van weg hebben, ze worden gebruikt als caravanstalling of als loonbedrijf.
Leenderstrijp zit de komende decennia opgescheept met een foeilelijk gebouw.